Waarom nummers vroeger beter klonken (of toch niet?)

Close-up of a vintage gramophone playing a classic vinyl record indoors.

Photo by Owen Lee on Pexels

Je rijdt in de auto, een oud nummer klinkt uit de speakers en iemand zegt het onvermijdelijk: "Vroeger maakten ze gewoon betere muziek." Het is een uitspraak die iedereen herkent. Maar is het ook waar? En als het niet klopt, waarom voelt het dan zo echt?

Wat je brein doet met oude muziek

Nostalgie is een krachtige kracht. Neurowetenschappers weten al langer dat muziek die je hoort tijdens emotioneel geladen perioden, zoals je tienerjaren, dieper wordt opgeslagen in het geheugen dan muziek die je later tegenkomt. Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van het nummer. Het heeft te maken met hoe je hersenen werken op het moment dat je iets voor het eerst hoort.

Een studie van de Universiteit van California toonde aan dat mensen nummers uit hun adolescentie consistent aantrekkelijker beoordelen dan nummers van dezelfde kwaliteit uit een latere periode. Je brein associeert het geluid met een gevoel. Het gevoel is goed, dus het nummer klinkt goed. Simpel, maar verrassend sterk.

Dat betekent overigens niet dat nummers vroeger nooit beter waren. Het zijn twee verschillende vragen.

De loudness war: hoe muziek letterlijk harder werd gemaakt

Er is iets objectiefs veranderd in de manier waarop muziek wordt geproduceerd. Vanaf de jaren negentig begon de muziekindustrie nummers steeds luider te masteren, zodat ze op de radio uitsprongen boven de concurrentie. Dit fenomeen heet de "loudness war".

Het resultaat: moderne nummers hebben minder dynamisch bereik. De stille en de luide momenten liggen dichter bij elkaar, waardoor muziek compacter maar ook minder ademend klinkt. Een strijkorkeststuk uit 1975 had ruimte om te ademen. Een pophit uit 2010 klinkt van voor naar achter even dik en vol.

Streamingdiensten als Spotify hebben inmiddels loudness normalization ingevoerd, waardoor het voordeel van superluid masteren is verdwenen. Dat heeft de loudness war grotendeels gestopt. Maar de gevolgen van twintig jaar overdreven compressie hoor je nog terug in veel archiefmateriaal uit die periode.

Analoog versus digitaal: een echt verschil?

Veel liefhebbers beweren dat analoge opnames warmer klinken dan digitale. En eerlijk: ze hebben een punt, al is de verklaring technischer dan "vroeger was beter".

Analoge opnames op tape voegen een kleine hoeveelheid harmonische vervorming toe. Dat klinkt negatief, maar die vervorming wordt door de meeste mensen als "warm" ervaren. Digitale opnames zijn preciezer, maar die precisie kan ook steriel aanvoelen. Het is geen kwestie van beter of slechter. Het is een andere esthetiek.

Het is ook precies de reden waarom vinyl zo'n comeback beleeft. Mensen zoeken dat specifieke analoge geluid actief op, omdat het voor hen iets extra's toevoegt boven een perfecte digitale kopie. Als je meer wilt weten over waarom vinyl zo populair is teruggekeerd, is dat een verhaal apart.

Selectiviteitsbias: je herinnert alleen de goede nummers

Hier wordt het interessant. Stel dat je beweert dat de jaren tachtig betere muziek hadden dan nu. Dan vergelijk je onbewust de beste nummers uit de jaren tachtig met het gemiddelde aanbod van vandaag. Want de slechte nummers van vroeger? Die ben je vergeten.

Er kwamen in 1983 evenveel saaie, ongeïnspireerde nummers uit als nu. Maar die zijn simpelweg verdwenen. Wat overblijft zijn de nummers die de tand des tijds hebben doorstaan. Dat is geen bewijs dat het tijdperk beter was. Het is een bewijs dat goede nummers blijven bestaan.

Hetzelfde principe geldt voor hoe je muziekkeuze iets verraadt over wie je bent: wat jij "tijdloos" noemt, zegt vaak meer over jou dan over het nummer zelf.

En de muziek van nu dan?

Het zou oneerlijk zijn om te doen alsof er niets veranderd is. Productietechnieken zijn anders. Carrières worden sneller opgebouwd en sneller afgebroken. De invloed van streamingalgoritmes op welke nummers überhaupt worden gemaakt, is groot en meetbaar. Kortere intro's, pakkende hooks in de eerste acht seconden, minder lange instrumentale passages: het zijn aanpassingen aan een luistercultuur die anders werkt dan dertig jaar geleden.

Maar dat maakt moderne muziek niet slechter. Het maakt het anders. Artiesten als Billie Eilish, Stromae of de Limburgse talenten die nu opkomen, werken met de mogelijkheden van hun tijd. Net als de Beatles dat deden, en Boudewijn de Groot, en Ruth Jacott.

Vroeger klinkt beter, omdat je het beter kent. En dat is geen kleine reden. Het is eigenlijk best een mooie.